|
Van deze vogel is heel weinig geweten,
dit komt zeker door het feit dat hij nooit uitgevoerd werd
naar onze streken. Één van de redenen daarvoor is
waarschijnlijk de voeding want deze vogels voedt zich
hoofdzakelijk met zaden en vijgen die men enkel in hun
leefgebied aantreffen. En ze leven bovendien in de bijna
ontoegankelijke wouden van Midden Afrika. Bij wijze van
inlichting geef ik hierbij de beschrijving van deze vogels
aan de hand van H.W.J. van der Linden, één van Nederlands
meest bekende ornithologen.
De swindernianus, de kleinste vertegenwoordiger van het
geslacht Agapornis, werd in 1820 ontdekt en door Kuhl
genoemd naar prof. Th van Swinderen. De ondersoort Agapornis
swindernianus zenkeri, die in 1895 werd ontdekt, kreeg de
naam van zijn ontdekker G. Zenker. De andere ondersoort Agapornis swindernianus emini kreeg in 1908 de voornaam van
de Duitse ontdekkingsreiziger Emin Pascha.
Soortbeschrijving Agapornis swindernianus swindernianus:
Formaat: 13 cm
Man en pop:
Voorhoofd, bovenschedel en achterkop grasgroen. Wangen en
bef meer geelachtig groen. Algemene lichaamskleur groen:
iets doffer en bleker op borst, buik en anaalstreek. In de
nek bevindt zich een karakteristieke korte zwarte band welke
overgaat in een gele kraag om de gehele hals. Het
vleugeldek, de mantel en de ondervleugeldekveren zijn groen.
Grote vleugelpennen zwart. stuit en bovenstaartdekveren
paarsblauw; onderstaartdekveren geelachtig groen. De grote
staartpennen, welke bijna geheel door de boven- en
onderstaartdekveren worden bedekt, tonen gerekend vanaf de
basis een rood en zwarte dwarstekening gevolgd door groene
uiteinden. De ogen zijn bruin, met heldergele iris. Snavel
antracietkleurig. poten groenachtig donkergrijs; nagels
donkergrijs.
Jongen: De zwarte nekring ontbreekt. Snavel lichtgrijs met
op de bovensnavel een zwarte vlek.
Eieren: Vermoedelijk wit; aantal onbekend.
Woongebied: Liberia
Soortbeschrijving: Agapornis swindernianus zekeri
Man en pop
: De kraag om de hals is roodbruin en strekt zich uit tot op
de bovenborst, vandaar geleidelijk overgaand in bleekgroene
kleur van de onderborst. Voor het overige als de
nominaatvorm.
Woongebied: Kameroen, Oost-Gabon en het westelijke deel van
de Republiek Midden Afrika en Zaire.
Soortbeschrijving: Agapornis swindernianus emini
Man en pop:
De roodbruine kraag om de hals is veel minder uitgebreid en
loopt niet door tot op de bovenborst. De snavel is veel
sterker gebogen. Voor het overige gelijk aan de A. s.
zenkeri.
Woongebied: Het oostelijk deel van Zaire tot diep in
West-Uganda.
|